Main Page

From E-poezie

Jump to: navigation, search

PROJECTGROEP E-POËZIE

Poëzie schrijven is populairder dan ooit te voren, maar gebeurt voor het grootste deel op internet? Wie publiceert op internet? Grote namen? Specifieke jongerensites? Waarom publiceert men op internet? Is internetpoëzie ‘anders’ (onderwerpen, vorm, kwaliteit) dan poëzie op, papier? Maakt die poëzie gebruik van middelen als hypertekst, animatie? Hoe kan men e-poëzie inzetten in de literatuurles?


Groepsleden

Ann Claes, Kris Vandevelde, Anke Theunissen, Sofie Janssen

logboek_pagina


Contents

Wat is e-poëzie?

Geschiedenis

Kleine, onafhankelijke, onaanzienlijke tijdschriften worden gepubliceerd vanaf de Romantiek en zorgen voor een vernieuwingsbeweging. Hierin werd ruimte voor experiment voorzien.

Tijdschriften werden als schoolkranten gepubliceerd, het waren gewoon stencils met twee nietjes. Dit leidde tot lage publicatiekosten. Hierdoor kon iedereen zo’n tijdschrift maken (vb: Barbarber gemaakt door onvermogende jongeren). Het gevolg hiervan was dat er overweldigend veel gepubliceerd werd.

Aangezien literatuur steeds in beweging is, werden de schrijvers verplicht om iets nieuw en origineel te zoeken. Zo vonden ze hun weg naar het internet. Bij deze modernisering kon poëzie niet achterblijven. Op die manier werd het werk van dichters toegankelijker voor het grote publiek.

Door de toenemende populariteit van het internet werd het voor de doorsnee burger ook mogelijk om zijn poëzie aan de wereld kenbaar te maken. Hier wordt e-poëzie geboren.

Voorlopers

Om het ontstaan van e-poëzie meer te concretisteren, gaan we hier dieper in op de voorlopers van de 'elektronische poëzie'. In de jaren '70 probeerde Sybren Polet om niet-lineaire schrijfstrategieën toe te passen in zijn poëzie. Hij zinspeelde ook op aleatorische processen van allerlei aard en kwamen zijn naar beweging en transformatie strevende teksten in conflict met de beperkingen van het papier. Enige tijd later is het Peter Verhelsts die een belangrijke rol speelt in deze ontwikkeling. Hij doet dit met zijn bundel, De boom N. Deze bundel bestaat uit slechts één gedicht in 62 typografische gescheiden fragmenten. Vormgegeven als de knoppen van audioapparatuur staat vóór het eerste fragment het woord ‘start’ en nà het laatste fragment leest men achtereenvolgens de woorden ‘rewind’, ‘random’ en ‘play’. Je kunt gewoon weer van voor af aan beginnen (rewind), waarna de band vervolgens in willekeurige volgorde (random) opnieuw kan worden afgespeeld. (play)  Waarom dan niet in elektronische vorm waarbij je de knoppen echt kan aanklikken? Omdat hij een afkeer heeft van afheid en de afgelsotenheid van de tekst. Deze afkeer deelt hij trouwens met heel wat twintigste- en eenentwinstige eeuwse auteurs. Tonnus Oosterhoff, bijvoorbeeld, worstelt in zijn poëzie met het probeleem van de volmaaktheid en met de klassieke, vaste vormen van de (papieren) poëzie. In 2000 overwon hij dit probleem met de publicatie van een 'bewegend gedicht' in het elektronische tijdschrift 'De gekooide roos'. Door de mogelijkheden van de computer uit te buiten, was Oosterhoff niet maar aan die gefixeerde vormen gebonden. Hieruit kunnen we besluiten dat de technologische ontwikkeling steeds meer mogelijkheden biedt. Zoals interactieve poëzie, poëzie die gebruik maakt van hypertekst, een tekst vol knooppunten en verwijzingen. Ondanks het feit dat deze poëzie in Nederland nog maar in de experimentele fase zit, is het genoodzaakt om een goede definitie voor deze poëzie te formuleren.

Definitie

E-poëzie is de algemene term voor alle types van poëzie geschreven, gepubliceerd en bedoeld om gelezen te worden in een voornamelijk elektronische omgeving. Deze gedichten zijn vaak voorzien van animaties, hyperteksten en andere digitale snufjes.


Publicatie?

Wij konden niet komen tot sluitende resultaten, daar we niet de tijd hadden om een grootschalig onderzoek te voeren.

Uit onze persoonlijke bevindingen bleek dat voornamelijk jongeren poëzie publiceren op het internet. Een mogelijke verklaring hiervoor zou zijn, dat ze op zoek zijn naar zichzelf en op die manier contact zoeken met leeftijdsgenoten die een gelijkaardige situatie meemaken. Dit blijkt uit de vele sites waar jongeren hun gedichten kunnen posten. Ook kunnen ze hun mening geven over allerlei gedichten en kunnen ze hun persoonlijke ervaringen uitwisselen. Op die manier steunen ze elkaar in hun poëtische creativiteit en dagdagelijkse bezigheden. Twee voorbeelden van zulke sites zijn www.gedicht.nu en www.jongerenplaneet.be. We hebben willekeurig enkele gebruikers van de site 'gedicht.nu' aangeklikt om hun leeftijd te weten te komen. Zo vonden we dat zowel studenten, werkenden alsook senioren hun gedichten op internet plaatsen.


Wie?

Vandaag de dag vinden we meer amateurdichters dan pakweg 20 jaar geleden. Door de opkomst van het internet werden ze zichtbaar, ze kregen de kans om hun gedichten openbaar te maken. Niet alleen de gewone man maakte dankbaar gebruik van dit medium, maar ook bekende auteurs. Zij gaan het internet dan wel niet gebruiken om hun poëzie op te plaatsen maar wel om hun bibliografie, recensies van hun werk, ... mee te geven. Voor hen is het puur een reclamemedium.


Waar?

Literaire werken

Enkele van deze bekende auteurs zijn Tonnus Oosterhoff en Mark Boog die hun eigen pagina's op het internet hebben, waarop zij eigen gedichten plaatsen. Om deze gedichten te creëren maken zij gebruik van specifieke digitale procédés die op papier niet zouden kunnen worden toegepast. Dit is echter uitzonderlijk, want de meest voorkomende literatuur op het internet respecteert nog steeds de conventies van gedichten op papier.

Waarom wijken Oosterhof en Boog hier dan toch vanaf? Volgens Stephenson van The Atlantic unbound komt dit in de eerste plaats omdat ze een nieuw publiek willen bereiken. Papieren poëzie lijkt slechts een klein publiek te bereiken. Verder gaan papieren publicaties zware tijden tegemoet omwille van de democratiserende en emanciperende werking van het internet. Tenslotte biedt het internet de mogelijkheid om tekst- en audiofragmenten op dezelfde pagina weer te geven en zo een uitgebreider publiek aan te spreken.


Grote namen

Dichters van weleer

- Toon Hermans: Nederlandse dichter (1917-2000) Toon_Hermans

- Paul Van Ostaijen: Vlaamse dichter (1896-1928) Paul_Van Ostaijen

- Toon Tellegen: Nederlandse schrijver (1941) Toon_Tellegen

- Annie M.G. Schmidt: Nederlandse dichteres (1911-1995) Annie_M.G. Schmidt


Dichters van nu

- Bart Moeyaert: Vlaamse dichter (1964) Bart_Moeyaert

- Mark Boog : Nederlandse dichter [[1]]

- Guido Van der Wolk: Nederlandse dichter [[2]]

- Tonnus Oosterhof: Nederlandse dichter [[3]]

Weblogs

Een weblog, ook wel blog genoemd, is een website waarop regelmatig nieuwe bijdragen verschijnen. Het is vergelijkbaar met een dagboek, maar dan op internet. Jongeren kunnen hun eigen blog aanmaken maar kunnen ook gebruik maken van een algemene weblog. Hier kunnen ze hun gedichten of persoonlijke schrijfsels plaatsen. Op sommige algemene weblogs wordt de poëzie beoordeeld door de anderen lezers. Op sites zoals bijvoorbeeld "www.decontrabas.com wordt poëzie niet alleen beoordeeld maar er wordt ook over gediscussieerd. Dit is redelijk revolutionair.

E-magazines

E-magazines zijn, zoals de naam het al zegt, magazines die te raadplegen zijn op het internet. Er zijn zulke magazines die toegespitst zijn op literatuur en poëzie, zoals bijvoorbeeld http://www.degekooideroos.nl.

Zijn zulke sites betrouwbaar? Meestal wel, maar soms dreigt het eens fout te lopen. Zo stuurde Dirk Schoofs naar verschillende webtijdschriften gedichten van Hugo Claus, zonder diens naam te vermelden. De magazines namen de verzen op maar geen enkele redactie kon Claus ontmaskeren als de auteur. Mogen we dan aannemen dat de redacties niet voldoende selecteren of zelfs incompetent zijn? Moest dit voorgevallen zijn met een papieren publicatie zou dit een ware rel uitlokken. De redacteurs zouden zwaar op de vingers worden getikt. Papieren publicaties brengen immers veel geld in het laatje. Op internet kan men dezelfde gedichten gratis raadplegen, maar natuurlijk moeten de auteursrechten gerespecteerd worden. Dat is een kwestie waar we nu niet verder op ingaan.


Onderwerpen

In de regel wordt poëzie geschreven voor een "lezerspubliek" of voor zij die ernaar willen luisteren. Daarnaast schrijven veel mensen gedichten voor zichzelf. Ook worden er zogenaamde gelegenheidsgedichten geschreven, zoals de naam al zegt worden deze gemaakt in het kader van een bepaalde (belangrijke) gebeurtenis. Dergelijke gedichten zijn vaak minder serieus en voor een kleiner publiek bestemd. Enkele voorbeelden hiervan zijn gedichten rond thema's zoals Sinterklaas, Pasen, de lente,... . Maar ook professionele dichters schrijven gelegenheidsgedichten, bijvoorbeeld bij belangrijke gebeurtenissen in een stad of land. Soms doen zij dat in opdracht. Het gedicht "Vuurtoren" van Bart Moeyaert bijvoorbeeld verscheen naar aanleiding van de 75ste verjaardag van de Boerentoren te Antwerpen.


Vorm

Qua vorm verschillen E-poëzie en poëzie op papier niet zo erg.

Beide soorten kunnen gelaagd zijn maar dit is niet noodzakelijk. Met gelaagd bedoelen we dat eenzelfde gedicht op verschillende manieren kan gelezen en geïnterpreteerd worden.

Voor beiden is woordkeuze enorm belangrijk. woorden worden immers niet alleen gekozen rekening houdend met hun betekenis maar ook omwille van hun associatieve kracht, hun klank- en gevoelenswaarde, enz. De taalkundige en literatuurwetenschapper Roman Jakobson vond kenmerkend voor 'poëticiteit' dat het woord als woord wordt ervaren, en niet slechts als vertegenwoordiger van het benoemde object of als gevoelsuiting. Een groot voordeel van E-poëzie is dat de auteur in staat is om de aandacht te vestigen op bepaalde woorden of zinnen gebruik makend van animaties, hypertekst, liedjes, achtergrond, enz.

Bij het bekijken van de onderwerpen op de jongerensite "www.gedicht.nu" kunnen we verschillende vormen van poëzie onderscheiden. Zo zijn er 'elfjes' : gedichten van 11 woorden, verdeeld over 5 regels. Deze jongeren schreven ook 'haiku', de Japanse dichtkunst die geschreven wordt in 3 regels met vijf, zeven en daarna weer vijf lettergrepen. Deze haiku's lopen over van emoties, ze zijn moeilijk te analyseren omdat ze zo persoonlijk zijn. Ook de nieuwste trend op het gebied van poëzie wordt gevolgd: de jongeren kunnen ook SMS-gedichten posten. Deze bestaan uit maximum 160 tekens, net het aantal tekens dat binnen 1 SMS-bericht verstuurd kunnen worden.


Kwaliteit

Over kwaliteit oordelen is subjectief. We kunnen alleen de vaste vormkenmerken nagaan die in een gedicht aanwezig zijn zoals metrum, rijmschema, stijlfiguren,enz. Wanneer we een gedicht beoordelen, zou het onrechtvaardig zijn om enkel rekening te houden met de vormkenmerken en de inhoud, tijdsgeest,... onaangeraakt te laten. Deze laatste zijn echter subjectieve waarden.


Toegankelijkheid

Het is opvallend dat E-poëzie heel toegankelijk is. Jongeren krijgen nu de kans om hun eigen werk te "publiceren", iets wat 10 jaar geleden nog ondenkbaar was. Poëzie in haar papiervorm was en bleef persoonlijk. Niemand was bereid om deze te publiceren waardoor ze ook niet toegankelijk was voor het grote publiek.


Voordelen van poëzie met de PC

Hier zoomen we dieper in op de kenmerken van gedichten en hoe deze functioneren in het 'computer'medium. Thomas Vaessens verdeelt deze functies in drie groepen: 1. De computer als auteur, 2. De computer als medium, 3. De computer als onderdeel van een netwerk.

De computer als auteur

De computer als auteur, ook wel 'de dichtende computer' genoemd, is eigenlijk een programma op het internet of op de computer dat voor jou een gedicht schrijft. Het enige wat van jou verwacht wordt, is dat je enkele kernwoorden ingeeft.

Zoals reeds vermeld bij de voorlopers, maakten Gerrit Krol en Greta Monach al computerprogramma's die gedichten konden schrijven. Al ging het hier niet om computer-gegenereerde readymades. Alsnog was Nederland in de jaren '70, erg voor op zijn tijd. Om de lijn van evolutie door te trekken, gaan we verder met de experimenten die men met literaire teksten deed. Men wou met deze experimenten door middel van kunstmatige intelligentie een dialoog laten plaatsvinden tussen de computer en zijn gebruiker.

De computer als medium

Wat de i-Pod van Apple is voor muziek, kan het e-book zijn voor de literatuur. Maar gedigitaliseerde literatuur is nog geen digitale literatuur en de computer als medium voor literaire teksten kan de aard en constitutie van die teksten ook erg veranderen. Wanneer je met de computer werkt zijn je mogelijkheden onbeperkt. Zo kan je beeld- en geluidsmateriaal in een gedicht integreren, maar ook de vorm waarin je de tekst laat verschijnen is veranderlijk en niet definitief. Je dus kunnen zeggen dat de beperkingen van papier wegvallen. Om kort samen te vatten waar het hier om gaat, is om de 'winst' die geboekt wordt ten opzichte van de papieren versie van eenzelfde tekst. De elektronische omgeving biedt namelijk de mogelijkheid om een tekst op veel verschillende manieren te lezen. Je kan dus niet meer spreken van een 'definitieve' tekstconstitutie. Een mooi voorbeeld hiervan is de website van Maria van Daalen. [[4]]

De computer als onderdeel van een netwerk

Alvorens dieper in te gaan op de computer als onderdeel van een netwerk, is het belangrijk om de term hypertekst te definiëren. Hypertekst werd reeds in 1960, dus voor het internet, door Theodor H. Nelson in een definitie gegoten. Namelijk, "hypertekst verwijst naar een genre teksten dat in fragmenten verdeeld is. Deze fragmenten zijn in een onderliggend, niet zichtbaar, netwerk ondergebracht waarin de knooppunten verbonden zijn door middel van links."

Men merkt toch wel verschillen tussen de hypertekst van nu en de papieren tekst van toen. Deze verschillen kan men onderbrengen in twee eigenschappen die de hypertekst van nu heeft, dat ze toen niet had. De eerste eigenschap is hierboven reeds vermeld, namelijk dat de lezer verschillende paden kan kiezen tijdens het lezen. Het aantal manieren om door een tekst navigeren is onbeperkt. De tweede eigenschap is dat de hypertekst van nu grenzeloos is. Dit is mogelijk doordat er in teksten zogenaamde hyperlinks zijn aangebracht. Dit heeft als gevolg dat de verwijzingen naar andere teksten niet langer min of meer verborgen allusies zijn, waarin slechts ingewijden hun weg kunnen vinden. Dit betekent dat iedereen, geleerde of niet, de achterliggende verwijzing kan zien en begrijpen.

Het is belangrijk om in te begrijpen dat teksten nooit op zichzelf staan, zij maken altijd deel uit van een netwerk van andere teksten en van codes. Bij elke lectuur van een tekst spelen delen van die context een rol. Het verschil met de papieren tekst zit erin, dat men nu toegang heeft tot alle andere teksten door middel van een hyperlink. Je tekst wordt zo een onderdeel van een groter netwerk.


Integratie in de les

Leerplan

Als we een kijkje nemen in het leerplan leren we dat er een verschil is tussen het behandelen van poëzie in de eerste en tweede graad. Hierbij moeten we nuanceren want tot op heden is E-poëzie nog niet opgenomen in het leerplan. In de eerste graad is het vooral beperkt tot het lezen en beluisteren van poëzie, terwijl leerlingen in de tweede graad al gedichten gaan analyseren. Ze moeten de kenmerken van poëzie (her)kennen, zoals strofe, beeldspraak, klank en rijm, vers en ritme en dit in zowel jeugdpoëzie als klankpoëzie, visuele poëzie en een lied.

Poëzie als lesonderwerp

Creatief schrijven is een verzamelnaam voor die vormen van schrijven waarbij subjectieve ervaringen, fantasie en originaliteit centraal staan. De leerling schrijft vooral voor zichzelf en zijn eigen plezier; hij stelt zijn eigen regels, en probeert daarbij zo creatief en origineel mogelijk te werk te gaan.

E-poëzie leent zich uitstekend voor vakoverschrijdend werken. Zo kunnen Nederlands en ICT perfect gecombineerd worden. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld in de computerklas E-poëzie opzoeken en deze dan zelfstandig vergelijken met de papieren equivalent. Zo leren ze ook kritisch te kijken naar verschillende lyrische tekstsoorten.

Leerlingen van vandaag zijn groot geworden met het internet, voor hen is het een evidentie. E-poëzie is ideaal voor de leerlingen om hun creativiteit bot te vieren. Ze kunnen aan hun gedicht animaties enz toevoegen om hun werk op te fleuren. Op die manier kunnen ze hun schrijftalent koppelen aan hun computerskills. Achteraf kunnen ze ook hun werk posten op een van de jongerensites. Wanneer ze positieve reacties krijgen op hun gedicht, zullen ze misschien meer gemotiveerd zijn om zelf verder te blijven dichten.

Een ander leuk idee is een project waarbij verschillende vakken betrokken zijn. Zo kan men de geschiedenis van de poëzie bestuderen in de geschiedenisles, tijdens de lessen godsdienst kan men de morele inhoud van verschillende gedichten eens onder de loep nemen. Bij ICT kunnen workshops gegeven worden over hoe animaties en hyperlinks,... te gebruiken bij het maken van E-poëzie. Tijdens de les Nederlands kunnen er (E-)dichters worden uitgenodigd waarbij de leerlingen ook de kans krijgen om hen vragen te stellen.


Bronnen

http://www.gedicht.nu/top.php

http://www.jongerenplaneet.be

http://www.brakkehond.be

http://www.leestafel.info/Poezie/productssimple58.html

http://www.versjesvanannie.nl/web/show/id=69588

http://www.wikipedia.be

http://www.antwerpen.be/eCache/BTH/579.cmVjPTIyNDky.html

http://members.lycos.nl/ToonHermans/

http://netherlands.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=10940

http://www.well.com/user/jer/j/barrier_frames_4.html

http://nonfinito.de/dawn/

http://nonfinito.de/oh/

Th. Vaessens, Ongerijmd succes. Poëzie in een onpoëtische tijd. Amsterdam, Nijmegen, 2006

H. Bonset, e.a., Nederlands in de onderbouw. Uitgeverij Coutinho, Bussum, 2005


Help

Personal tools